
De wijk waarin ik woon, die is heel gewoon.
Huisje boompje beessie.
De bewoners heten er nu Abdula, Gandi, Mohamed, of Fatima
en heel soms nog gewoon Marie en Keessie.
Daarmee is wel onbelet
de toon in onze wijk gezet.
Om mijn benedenbuur te kunnen verstaan,
rade hij mij een cursus Turks aan.
Zodat wij ons gezamenlijk zouden kunnen vertieren
wanneer zij het Suikerfeest vieren.
Maar wat moet ik dan met mijn bovenbuurman aan?
Dat is weer een Marokaan.
Wanneer ik alleen zou Turks leren,
dan noch kan ik met hem niet communiseren.
Hij zal mij er dan van beschuldigen;
dat ik gadiscrimmineren.
Onze supermarkt dat is een Chinese toko.
Dat ik daar m`n boodschappen moet doen vind ik maar zo.
Gisteren nog werd ik er over aangesproken
dat mijn buren de lucht van gebakken spek roken.
Ook gedurende de vaste maand,
houdt men mij geregeld staand,
Daar als mijn vrouw `t eten bereid,
de luchtjes vanuit onze keuken.
Hun darmen dan doen kreuken.
Bij onze slager wordt het vlees halal ge slacht.
Veel vrouwen lopen hier in een speciale dracht.
Dat is wel even wennen, je kunt ze haast niet herkennen.
Ja leuker is het er niet op geworden,
overal hangen onleesbare reclameborden.
Ook onze gemeenteraad
heeft het met dit alles reeds te kwaad.
Zo sommeren ons deze heren
dat wij beter in de wijk moeten integreren.
Maar wat moeten wij met zo`n meandrisch advies;
ik blijf toch liever mezelf.
Toen ik zeventig jaar geleden geboren werd,
toen hete de bovenbuurman Bert
De beneden buurvrouw heette Sjaan.
Je kon toen veilig op `t Afrikaanderplein markten gaan.
Nu waarschuwen de agenten
je voor zakkenrollers, die uit zijn op je centen.
Nee in de Afrikaanderwijk is men nu zeer beducht,
de Meeste Rotterdammers zijn de wijk ontvlucht.
Maar al te vaak hoor ik mensen zuchten; keer op keer
“leefden we nog maar in de tijden van weleer
Dd J.

De vraag die op mijn lippen brandt

De enge boze wereld.
DdJ.

Wanneer ik mijn ogen opensla
Na het openen van mijn ogen
voelde ik mij bedrogen.
Volgens mijn gedachtegang
lag ik toch nog niet zo lang.
Mijn lief ligt nog te slapen,
de wekker staat toch op half acht
En terwijl ik leg te gapen;
Streel ik haar heel zacht
Doch dan kom ik weer bijzinnen,
ik moet er uit ik moet beginnen.
Ik spring uit bed,
de eerste schreden zijn gezet.
M`n computer begint te kreunen
en m`n monitor te steunen,
maar zonder enige schroom
begin ik aan mijn ochtend boom.
Ik zag zojuist op`t A.N.P.;
zelfs zeeleeuwen gebruiken we als wapen.
Het wachten is nog op de apen,
maar straks krijgen die ook een wapen mee.
Want oorlog en geweld
is `t enige wat voor de heersers geld.
maar laat ik nu niet weer over die ellende beginnen
en liever iets leukers voor jullie verzinnen.
Maar ja je wordt op elk uur van de dag
er steeds weer mee geconfronteerd.
Op school is `t wat men de kinderen `t eerste leert,
de slag bij Nieuwpoort; begon op welke dag?
En over de tachtigjarige oorlog
leren zij op de scholen nog.
Van de goede dingen die gebeuren;
die datums hoeven zij niet in te kleuren.
En gaat men terug in zijn herinnering,
dan geld voor een ieder maar èèn ding.
Ò ja dat was nog voor de eerste wereld oorlog.
Zo leven wij in een wereld van gruwel en bedrog.
Het wordt ons met de paplepel in gegeven,
in wat voor `n wereld wij nu leven.
Leer de kinderen van èèn en èèn is twee
en geef ze toch iets zinnigs mee.
Dd J.

Overwinningsstof
Ik zie de zon in je ogen,
hij schittert in elke traan.
Die moet je dan ook niet drogen,
nee laat ze maar rustig gaan.
Ik zie je lipjes trillen,
zonder dat zij dat zelf willen.
Pers je lippen niet op elkaar,
laat ze begaan ja laat ze maar.
Ik zie jouw handjes beven.
als of zij zich willen overgeven.
Overgeven aan dat verdriet,
waarom jij die tranen vliet
Doch deze kinderlijke trekken
zullen jou heus niet bevlekken,
de zon zal zo lang spelen met je tranen
tot dat je je een prinses zal wanen.
Hij zal je lippen spannen,
zo dat je elk verdriet kunt overmannen.
Om je dan te laten zingen
van alle mooie aardse dingen.
Omvat dan nu met vaste handjes dit gedicht,
bezing dan zo lang met een blij gezicht
tot dat je heel de stof dan hebt bezongen
En zo je verdriet hebt overwonnen.
DdJ.


Vlij jouw hoofd op mijn schouder,
ook al worden wij nu wat ouder.
Maar wat is oud,
als je van elkander houd.
Kom gerust maar even op mijn schoot,
houd je nu niet langer groot.
Houd mij maar even vast
jij bent mij nooit tot last.
Laat ons tot elkander komen,
om samen weg te kunnen dromen.
Ook al zijn dromen dan bedrog,
zij geven `t leven zog.
Geef mij nu maar een hand,
zodat mijn hart dat van verlangen brand
in jou de liefde vind,
die ons zo aan elkander bind.
Laten wij ons lot verbinden,
om de weg naar de toekomst te kunnen vinden.
Een toekomst die naar ons lacht
en accepteren wat ons is toebedacht.
Kom en laat ons de handen in elkander slaan,
om samen het pad des levens te begaan.
Laten wij rust vinden bij elkaar
en elkander dienen als steunpilaar.
Laat ons hand in hand nu verder gaan,
om elk rampspoed te verslaan.
Opdat wij dan voor heel ons leven,
een cocon om onze liefde weven.
Ik sluit jou voor altijd in mijn hart
en verwerk elk tegenslag en smart.
De liefde zal ons altijd sterken,
om alle tegenslagen te verwerken.
DdJ.

Dd J.

Al de aardse dingen
onder en zinderende zon
die mij nog steeds omringen
vanaf dat het begon.
Verbleken bij de gedachten
vanuit mijn vermoeide brein
dat zij straks tevergeefs wachten
op een handreiking van mijn.
De wind zal blijven fluiten
rondom mijn legerstee
slegts zonder mij daar buiten
ik doe dan niet meer mee.
Als achter mijn gesloten ogen
in een fatamorgana
alles wordt omlijst
voel ik mij weggezogen.
Dd J.
Deze pagina is het laatst bijgewerkt op:
Maandag 14-nov-11 11:52